In het nieuws

Eind augustus 2006, vlak na weer een geslaagde week verscheen dit in de Leusden Nu:
Op vakantie gaan zit er niet voor elk kind in. Omdat er thuis geen geld voor is, omdat er geen thuis meer is, of omdat een aandoening of achterstand extra begeleiding nodig maakt. Voor deze kinderen worden vakantiekampen georganiseerd die grotendeels op vrijwilligers drijven.
TEKST: ROB
HENDRIKS
We zijn blij, we zijn zot! En we leven in een grot!
We zijn stoer, we zijn snel! En we spelen graag een spel!
Doe de Gruttendans met je hoed en je cape en je staf erbij
Doe de Gruttendans om een echte Grote Grut te zijn
(Grote Grutten Kamplied)
"Ik wil naar
huis!", stampvoet Danny. Het huilen staat hem nader dan het lachen. Hij
heeft geen zin om net als de andere kinderen te voetballen, te knutselen,
een hut te bouwen in het bos en een echte Grote Grut te worden. Twee
vrijwilligsters van het Grote Grutten Kamp doen hun best om het jongetje op
te beuren. Ze begrijpen wel waarom Danny zich niet op zijn gemak voelt: de
afgelopen drie weken is hij drie keer verplaatst. Vanuit een pleeggezin ging
hij naar een tehuis en vervolgens opnieuw naar een andere instelling. Nu
komt hij alweer in een nieuwe omgeving terecht die onwennig aanvoelt.
Het Grote Grutten Kamp is een vakantiekamp voor kinderen van zes tot en met
negen jaar die er niet gauw eens even tussenuit kunnen. Vaak zijn het
kinderen waar thuis geen geld is voor iets leuks. Ook zijn er die geen
contact meer hebben met hun ouders of problemen hebben in hun dagelijkse
situatie. Sommigen komen uit gebroken gezinnen en zijn verwaarloosd,
mishandeld of misbruikt. Anderen hebben ADHD, aan autisme verwante
stoornissen of andere gedragsstoornissen waardoor ze niet zomaar met andere
kinderen kunnen spelen.
Kinderen als Danny, die al bij verschillende pleeggezinnen en instellingen
heeft gewoond, ervaren nieuwe situaties vaak als onveilig, vertelt Johan
Hoenderkamp van stichting Kico die het vakantiekamp organiseert. "We
proberen daarom een veilige sfeer te creëren. Kinderen die op andere kampen
naar huis worden gestuurd, kunnen hier wel functioneren omdat we ze
structuur bieden. Goede afspraken, vaste rituelen en pictogrammen waarop
alle activiteiten van een dag staan afgebeeld, zorgen voor een duidelijke en
veilige omgeving." Verder krijgt ieder kind veel persoonlijke aandacht, want
elke begeleider heeft de zorg over een groepje van maximaal drie kinderen.
De begeleiding ligt in handen van vrijwilligers, van wie Carina Coenen er
één is. De 25-jarige leerkracht, die een fulltime baan heeft op een school
voor speciaal basisonderwijs, is er deze zomer voor de vierde keer bij. Haar
omgeving verbaast zich er wel eens over dat Coenen, die al het hele jaar met
kinderen werkt, ook nog in haar vakantie kinderen begeleidt. "Ik vind het
altijd moeilijk om dit uit te leggen", zegt ze. "Omdat ik les geef aan
kinderen met een achterstand is zo’n vakantiekamp hetzelfde werkveld. Maar
toch beleef ik het heel anders. Hier is het vakantie. We gaan lekker het bos
in, zitten om het kampvuur, organiseren een bonte avond. Hoe moe ik na een
week ook ben: ik kom altijd vol energie weer thuis. Voor mij is dit ook
vakantie, een doevakantie. We zitten hier een week afgesloten van de
buitenwereld. We zijn nu de Grote Grutten in het Grote Gruttenland. Ons
volkje leeft in een grot. Vroeger woonden we in het bos, maar de reus vond
dat we niet zo’n groot bos nodig hadden omdat we met zo weinig zijn.
Vanmorgen stonden zijn grote voetstappen in de grond: de reus was hier en
heeft de hoed, cape en staf van de kinderen meegenomen die ze nodig hebben
om een Grote Grut te worden. Blijkbaar is de reus bang dat er teveel Grote
Grutten komen zodat hij het bos moet teruggeven", vertelt Coenen. De
kinderen gaan helemaal op in het verhaal: ze zijn druk in de weer om hun
verdwenen spulletjes terug te vinden. Danny verkeert in tweestrijd. Hij wil
nog steeds naar huis, maar is ook benieuwd hoe de avonturen van de Grote
Grutten en de reus zullen aflopen.
Mathijs van Londen (28) begeleidt al meer dan tien jaar kindervakantiekampen
bij YMCA en is vanwege zijn ervaring hoofdstaflid geworden. Als tiener was
hij ooit zelf deelnemer. "Ik vond dat kamp zo geweldig dat ik op m’n
zeventiende assistent-leider in een Zweeds kamp werd. Twee jaar later begon
ik voor de Nederlandse YMCA en inmiddels heb ik tien tot twaalf kampen
gedaan." Tegenwoordig begeleidt hij kindervakantiekampen voor kinderen van
vluchtelingen. Die organiseert YMCA – evenals Nivon, de Paasheuvelgroep, het
Leger des Heils en de Stichting Vakantiekind – op verzoek van
VluchtelingenWerk. Volgens Van Londen kijken vluchtelingen, die onder
leerplichtwet vallen, niet uit naar de grote vakantie. "Vakantie betekent
voor hen zes of zeven weken rondhangen in een opvangcentrum waar nauwelijks
iets voor hen wordt georganiseerd. Ze hebben heel weinig: alleen de andere
kinderen die er zijn. Op kamp kunnen we deze kinderen, die vaak veel hebben
meegemaakt, in elk geval één leuke week bezorgen."
Vrijwilligers worden regelmatig geconfronteerd met trauma’s of andere
problemen. YMCA adviseert hen om een luisterend oor te bieden, maar
terughoudend te zijn met goede adviezen en raadgevingen. Dit kost sommige
begeleiders moeite, zegt Van Londen: "Ik zie soms dat vrijwilligers zich die
problemen te veel aantrekken en ze op willen lossen. Maar dat kan niet in
één week tijd. Je moet het ook niet proberen. Je bent begeleider en geen
maatschappelijk werker." Waar hij zelf het meeste moeite mee heeft, is
kinderen naar huis sturen, wat soms echter noodzakelijk is. "Eén kind kan
enorm op een groep drukken. Op het moment dat de problemen ten koste dreigen
te gaan van andere kinderen moet je soms beslissen om iemand weg te sturen.
In de loop der jaren heb ik dat moment steeds beter leren te bepalen."
Mathijs van Londen heeft de afgelopen jaren andere vaardigheden geleerd die
ook buiten het vrijwilligerswerk goed van pas komen. "Ik was vroeger heel
verlegen en durfde niet voor een groep te staan. Maar nu sta ik zo voor
honderd mensen. Verder is mijn probleemoplossend vermogen verbeterd. Je moet
elke keer weer nieuwe problemen oplossen, van klein tot groot. Zo hebben we
wel eens jongetje gehad dat heel kwaad werd nadat zijn zusje met een andere
jongen had gestoeid. Het broertje vatte het op alsof ze iets met elkaar
gehad zouden hebben en zwoer dat jongetje te vermoorden. Hij was woedend en
het andere jongetje heel bang. Om het te sussen heeft ons twee dagen gekost."
Er zijn mensen die hem voor gek verklaren. Ze begrijpen niet altijd waarom
hij soms drie keer per jaar een week met vluchtelingenkinderen op kamp gaat,
terwijl hij toch ook al vier dagen in de week bij Odyssee Maatschappelijke
Ontwikkeling werkt, een organisatie die trainingsaanvragen beoordeelt van
organisaties die migrantenwerk doen. "Na zo’n week kom je gesloopt terug",
geeft hij toe. "Maar toch is het voor mij ook vakantie. Want ik ben geen
type om op het strand te liggen." Momenteel staat Van Londen op het punt om
voor een half jaar op wereldreis te gaan. Daarna gaat hij in India een
YMCA-project voor straatkinderen leiden, als vrijwilliger. Zijn vriendin
reist een paar maanden met hem mee. "Zij begrijpt me volledig. Toen ik haar
leerde kennen, heb ik haar overgehaald om ook eens mee te gaan als
begeleider. Ze is nu net terug van een kindervakantiekamp en over twee weken
gaat ze weer."
De meeste vakantiekampen worden door organisaties georganiseerd die
landelijk actief zijn. Maar ook lokaal bestaan er initiatieven om kinderen
een leuke vakantie te bezorgen. Zo kent Bussum tijdens de eerste twee weken
van de zomervakantie het jaarlijkse Kinderfestival op de hei naast het
zwembad. Het festijn is bedoeld voor kinderen van ouders met een smalle
beurs en wordt gesponsord door de plaatselijke middenstand en het zwembad,
waar de deelnemende kinderen gratis mogen zwemmen. Tonny Callenbach (49)
doet al bijna twintig jaar vrijwilligerswerk voor het Kinderfestival. "Toen
mijn eigen zoons klein waren, gingen ze ook. Ik kwam eens kijken en toen
bleek dat de organisatie mensen nodig had. Sindsdien doe ik dit elk jaar."
Callenbach werkt als thuishulp A bij Thuiszorg Gooi- en Vechtstreek en kan
elk jaar zes weken vakantie opnemen. Twee weken daarvan zijn voor het
Kinderfestival en die vrije dagen offert ze er graag voor op. "Een ander
gaat naar het buitenland, maar daar heb ik als alleenstaande moeder geen
geld voor. Verder vind ik het leuk om te doen en bovendien kan ik mezelf
nuttig maken", zegt Callenbach, die samen met een andere vrijwilligster de
catering verzorgt. Maar haar grootste drijfveer zijn toch wel de kinderen. "Ik
ben gewoon gek op kinderen en zij op mij. Ze zeggen alles wat in hen opkomt
en ik houd van die directheid."
Je moet ‘iets’ met kinderen hebben voor dit werk, zeggen ook Carina Coenen
en Mathijs van Londen. De laatste zegt daarover: "Je moet enige voeling
hebben met kinderen en ook weten hoe je bijvoorbeeld omgaat met een grote
mond." Coenen: "Je moet ervan kunnen genieten als een kind helemaal opgaat
in het maken van zijn hoed omdat hij zo graag een Grote Grut wil zijn."
Meer informatie op www.ymca.nl en tel.
(035) 666 87 77 en op www.kico.nl, tel.
(073) 522 31 91. Beide kampen hebben in april 2002 als eerste het Jantje
Beton VakantieKeurmerk gekregen.
In het najaar
van 2002 kwam het onderstaande interview
(waarin de journalist enige dingen verdraaid had) uit in het maandblad van
de FNV